“PBSI trial” (gepland)

Het belangrijkste doel van bestraling na een operatie voor borstkanker is het voorkómen van het terugkomen van de tumor in dezelfde borst. Na 5 jaar is het percentage van patiënten waarbij de tumor is teruggekomen na behandeling met palladium-zaadjes 1,2%. Dit percentage is hetzelfde als bij vergelijkbare patiënten die uitwendige bestraling hebben ondergaan (1.4%).

Voor een deel van de borstkanker patiënten blijkt het voldoende om slechts een deel van de borst te bestralen na de borstsparende operatie en kan de bestraling veel patiëntvriendelijker. Met deze techniek kan de bestraling worden teruggebracht van 4 weken dagelijkse bestralingssessies naar een behandeling van één uur. Ook hopen we door middel van dit onderzoek de huidschade nog verder te beperken.

Het is niet nodig om de zaadjes te verwijderen. De zaadjes zijn gemaakt van titanium, wat goed door het lichaam wordt verdragen. Patiënten voelen de zaadjes niet zitten en hebben er dus geen last van.

In Canada is onderzoek gedaan waarbij partners van patiënten een badge droegen die de straling meet die de partner ontving in de periode dat de patiënt inwendig bestraald werd. Dit onderzoek liet zien dat de stralingsdosis die de partner ontvangt laag is en onder de wettelijke norm blijft. De dosis is minder dan de achtergrondstraling die een Nederlander gemiddeld op loopt in een half jaar. Wel krijgen vrouwen met kleine kinderen, met name als er nog borstvoeding gegeven wordt, leefregels mee. Het wordt bijvoorbeeld afgeraden om een baby op de borst van de moeder/grootmoeder te laten slapen.

Niet alle patiënten komen in aanmerking voor deze behandeling. Voorlopig betreft het alleen de patiënten die op basis van de eigenschappen van de tumor (zoals grootte/type/lymfklier uitzaaiing etc) een relatief laag risico hebben op een terugkeer van de tumor. Dit gaat om ongeveer 10-20% van de borstkanker patiënten die voor aanvullende bestraling worden verwezen na een borstsparende operatie.

“Spacer Studie” (afgerond)

De straling die wordt afgegeven is relatief zwak. De vloeistof vergroot de afstand van de stralingsbron tot de huid. Deze kleine toename van de afstand zorgt voor een verlaging van de dosis die de huid bereikt met 50%. Wij denken dat dit genoeg is om bijwerkingen van de huid te voorkomen.

Er is veel ervaring met het gebruik van deze vloeistof voor bijvoorbeeld cosmetische doeleinden. Bijwerkingen die kunnen optreden zijn: roodheid, zwelling, jeuk, bloeduitstorting.

De vloeistof die gebruikt wordt is hyaluronzuur. Deze stof wordt na 3 maanden weer langzaam opgenomen in het lichaam.

“Target studie” (gepland)

De vloeistof wordt achtergelaten tijdens de operatie, net voordat de wonden worden gesloten, de patiënt merkt hier dus niets van.

De vloeistof is duidelijk herkenbaar op CT-scans doordat het een kleine hoeveelheid jodium bevat. Het toedienen van bestraling wordt gedaan op basis van deze CT-scans. Door het gebruik van de vloeistof denken we dat het te bestralen gebied duidelijker te bepalen is en hierdoor minder gezond weefsel meebestraald wordt.

De vloeistof die gebruikt wordt is PolyEthyleneGlycol. Deze stof wordt na 3 maanden opgenomen in het lichaam.

“MaMaLoc-2” (gepland)

Voor het inbrengen wordt de huid verdoofd, hierdoor is het inbrengen niet pijnlijk meer.

De marker mag maximaal 30 dagen in de borst zitten. Hierdoor hoeft de plaatsing niet op dezelfde dag of tijdens dezelfde ziekenhuisopname als de operatie te gebeuren. Tijdens de operatie wordt met de tumor ook de marker verwijderd.

Tijdens eerder onderzoek is bij 15 patiënten in 100% van de gevallen de marker en daarmee de tumor gevonden. Indien dit niet het geval zou zijn, wat onwaarschijnlijk is, kan zowel de tumor als de marker met behulp van echografie alsnog opgespoord worden.

“Zilververbanden om wondinfecties tegen te gaan” (afgerond)

Er zijn veel factoren die het optreden van een wondinfectie beïnvloeden. Zo moet er uiteraard steriel geopereerd worden en speelt ok de algehele gezondheid van de patiënt een rol. Het verband in dit onderzoek bevat zilver. Zilver heeft een bacteriedodend effect.

Net zoals dat patiënten allemaal verschillend zijn, zijn ook wonden allemaal verschillend. Op basis van ons onderzoek concluderen wij dat dit verband met name bij borstsparende operaties een gunstig effect hebben op het optreden van wondinfecties. Maar ook gebruiksgemak, bepaalde specifieke eigenschappen (zoals bijv. absorberend vermogen) en prijs spelen een rol in de keuze voor een bepaald verband.

In ons onderzoek waren de patiënten die het zilververband hadden gekregen meer tevreden dan zij die een standaard gaasverband hadden gekregen.

“Catheter ablatie van borstkanker” (gepland)

Er is wereldwijd het meest onderzoek gedaan naar de toepassing van RFA een techniek gebaseerd op hitte, ook bij borstkanker. Voordat dit echter een definitieve vervanging kan worden van een operatie is er nog meer onderzoek nodig en zullen ook andere technieken gebaseerd op microwave of elektriciteit moeten worden onderzocht, om te beoordelen welke techniek het meest effectief én patiëntvriendelijk is.

Er zijn de laatste jaren beeldvormende technieken (scans) ontwikkeld die met grote zekerheid kunnen vaststellen of er nog resttumor aanwezig is na catheter ablatie. De patiënt zal dus onder controle blijven.