Steun ons borstkankeronderzoek vandaag nog en strijd mee tegen borstkanker.

Eerste borstkankerpatiënten behandeld met nieuwe inwendige bestraling.

Vandaag onderging in het Erasmus MC de vierde patiënt inwendige bestraling met geïmplanteerde zaadjes.

meer lezen

Onze borstkankerprojecten.

Onze visie is dat de behandeling van borstkanker door middel van innovatie minimaal invasief, patiënt vriendelijk en cosmetisch optimaal kan worden, met behoud van effectiviteit en veiligheid. Lees hier meer over onze geplande en afgeronde projecten.

Meer lezen…

Steun ons in de strijd tegen borstkanker, doneer vandaag nog.

Bekijk de mogelijkheden om onze projecten financieel of materieel te ondersteunen. Neem dan contact met ons op of doneer direct via de knop hieronder (iDEAL/Paypal/Bitcoin) .

Nu doneren

Bitcoin adres: 1C512YSX17QLNLVVvR713Nf6inLqdngPXv

Alles over borstkanker:

 

Wat is borstkanker?

Help ons en deel deze informatie met anderen.

Kanker is een kwaadaardige nieuwvorming van weefsel. Borstkanker is een vorm van kanker die ontstaat in het borstweefsel, meestal de melkgangen (ductaal carcinoom) of de melkklieren (lobulair carcinoom). Het komt voor bij zowel mannen als vrouwen, hoewel borstkanker bij mannen zeldzaam is.

Hoe vaak komt borstkanker voor?

Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen en is de belangrijkste vorm van kanker gerelateerde sterfte bij vrouwen in Europa. Eén op de 7 vrouwen ontwikkelt borstkanker gedurende haar leven, hoewel dit sterk verschilt per land. In Nederland wordt jaarlijks bij ruim 17.000 vrouwen (én ruim 100 mannen) de diagnose borstkanker gesteld.

Borstkanker komt het meest voor bij vrouwen boven de 50 jaar oud, minder dan 20% van de patiënten krijgt de diagnose onder de 50 jaar. Minder dan 5% van de borstkankerpatiënten is jonger dan 35 jaar bij het stellen van de diagnose.

In de meeste Westerse landen sterven tegenwoordig steeds minder vrouwen door borstkanker, door de verbeterde borstkanker behandelingen en vroegere diagnose (door bevolkingsonderzoek borstkanker met mammografie).

Borstkanker bij mannen kan ook voorkomen, maar is zeldzaam. Minder dan 1% van alle borstkankers treft mannen. Dit komt neer ongeveer 200 mannelijke borstkanker patiënten per jaar in Nederland.

Meer gedetailleerde statistieken over het voorkomen van borstkanker en de prognose van patiënten vindt u in onderstaande figuren.

bron: http://www.cijfersoverkanker.nl/selecties/incidentie_van_borstkanker_en_dcis_/img5a6e30aca26a2

 

bron: https://seer.cancer.gov/statfacts/html/breast.html


bron: https://seer.cancer.gov/statfacts/html/breast.html

Oorzaken borstkanker

Het is tot op heden niet mogelijk om de exacte reden van het ontstaan van borstkanker voor de individuele patiënt vast te stellen. Wel zijn er verschillende risicofactoren vastgesteld. Een risicofactor verhoogd het risico dat borstkanker voorkomt, maar het is niet per se zelf de oorzaak van de borstkanker.

Het is belangrijk te beseffen dat sommige vrouwen mét deze risicofactoren nooit borstkanker zullen ontwikkelen en sommige vrouwen zonder één van deze risicofactoren wél borstkanker zullen ontwikkelen.

Het grootste deel van de borstkankers hebben oestrogenen (vrouwelijk hormoon) nodig om te groeien: hormonale borstkanker. Zonder oestrogenen stopt de groei of is de groei van de tumor trager. Daarom zijn, op een paar uitzonderingen na, risicofactoren voor borstkanker gerelateerd zijn aan oestrogenen.

De belangrijkste risicofactoren voor borstkanker bij vrouwen zijn:

  • Veroudering: het risico op borstkanker neemt toe als vrouwen ouder worden
  • Genen: mutaties in bepaalde genen die worden overgedragen door moeder of vader verhogen het risico op borstkanker. Met de huidige kennis lijkt dat deze afwijkende genen minder dan 10% van de borstkankers veroorzaken
  • Familiaire belasting met borstkanker: Als je een eerstegraads familielid (moeder/vader/zus/broer/dochter/zoon) hebt die borstkanker heeft gehad heb je een verhoogde kans dat je zelf borstkanker ontwikkelt. Met name als je familielid de diagnose kreeg voor de leeftijd van 45 jaar. Als meerdere familieleden borst- of eierstokkanker op een jonge leeftijd hebben ontwikkeld, moet een genetische aanleg worden vermoed. BRCA1 en BRCA2 zijn de 2 belangrijkste genen die betrokken zijn bij erfelijke borstkanker. Het risico om gedurende het leven ooit borstkanker te ontwikkelen bij een BRCA1 mutatie draagster is 80-85%, met een kans van 60% dat de ziekte beiderzijds optreedt. Door preventieve chirurgie wordt zowel het risico op een volgende tumor als op sterfte verminderd. Zorgvuldig genetisch onderzoek en psychologische voorlichting is verplicht voorafgaand aan zulke operaties.
  • Eerder doorgemaakte borstkanker: het eerder hebben gehad van borstkanker verhoogd het risico op borstkanker in een ander deel van de borst, of de andere borst.
  • Bestraling van de borst tijdens jeugd: het hebben ondergaan van radiotherapie op de kinder- of jongvolwassenleeftijd (veelal voor het behandelen van lymfomen) verhoogd het risico op het ontwikkelen van borstkanker op de volwassen leeftijd.
  • Blootstelling aan oestrogenen en progesteron gedurende het leven
    • Vrouwen waarbij de menstruatie voor het 12e levensjaar begon en/of eindigde na het 55e levensjaar hebben een verhoogd risico op borstkanker.
    • Vrouwen die kinderloos zijn of hun eerste kind kregen na een 30e levensjaar hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van borstkanker.
  • Voorgeschiedenis van bepaalde goedaardige afwijkingen in de borst: het risico op borstkanker is met name verhoogd bij vrouwen met twee aandoeningen genaamd atypische lobulaire hyperplasie en atypische ductale hyperplasie.
  • Sociale en geografische factoren: vrouwen die in westerse landen leven en hoger opgeleide vrouwen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van borstkanker.
  • Gebruik van oestrogeen of progesteron bevattende medicatie:
    • Het gebruik van de orale anticonceptie pil, met name vóór de eerste zwangerschap, verhoogd het risico op borstkanker. Als een vrouw ‘de pil’ voor een periode van 10 jaar niet heeft gebruikt is het verhoogde risico op borstkanker door zulke medicatie niet meer aanwezig.
    • Het gebruik van hormoonvervangende therapie na de menopauze verhoogd het risico op borstkanker. Een hoger risico op borstkanker is aangetoond bij het gebruik van hormoonvervangende therapie, waarbij oestrogenen en progesteron worden gecombineerd. In mindere mate is dit risico aangetoond indien deze medicatie alleen oestrogenen bevat. Het verhoogde risico op borstkanker is aanwezig bij huidige of recente gebruikers. Onder vrouwen die meer dan 5 jaar geleden stopten met het gebruik van hormoonvervangende medicatie is het risico op borstkanker niet groter dan bij vrouwen die nooit hormoonvervangende medicatie hebben gebruikt.`
  • Alcoholgebruik en roken: het risico op borstkanker neemt toe met alcoholgebruik en met roken, de achterliggende mechanismes zijn onduidelijk.
  • Overgewicht en obesitas: overgewicht en obesitas verhogen het risico op het ontwikkelen van borstkanker, met name na de menopauze. Dit komt waarschijnlijk door de productie van oestrogenen in vetweefsel- de belangrijkste bron van oestrogenen na de menopauze.

Andere factoren zijn ook in verband gebracht met een verhoogd risico op borstkanker, maar het bewijs hiervoor is inconsistent. Helaas kunnen de factoren die de grootste invloed hebben op het risico op het ontwikkelen van borstkanker, zoals leeftijd, genen, persoonlijke of familiaire voorgeschiedenis van borstkanker en atypische hyperplasie, niet worden veranderd.

Hoe herken je borstkanker?/wat zijn borstkanker symptomen?

Borstkanker kan op verschillende manieren worden ontdekt. De meest voorkomend zijn: een positieve mammografie bij het bevolkingsonderzoek borstkanker, of borstkanker symptomen: een knobbeltje dat gevoeld wordt in de borst, veranderingen van de huid van de borst die worden opgemerkt door de patiënt/partner of arts, of tepeluitvloed uit één borst.

Op basis van de volgende drie onderzoeken wordt de diagnose borstkanker gesteld:

  1. Lichamelijk onderzoek. Het borstonderzoek en onderzoek van aangrenzende lymfklieren bestaat uit inspectie en palpatie.
  2. Radiologisch onderzoek. Dit bestaat uit het uitvoeren van een rontgenfoto (mammografie) en een echografie-onderzoek van de borst en lymfklieren in de oksel. Een MRI-scan kan nodig zijn bij sommige patiënten, vooral bij jonge patiënten met relatief veel klierweefsel, vrouwen met een BRCA genmutatie en bij vrouwen met siliconen implantaten. Een MRI kan ook worden overwogen als er twijfel is over de grootte van de tumor, bij meerdere tumoren en als er een verdachte lymfklier is gevonden, maar op andere onderzoeken er in de borst niks afwijkends is gevonden. Aanvullende onderzoeken zoals een longfoto, bot-scan en CT-scan kunnen worden gemaakt om borstkanker uitzaaiingen op te sporen.
  3. Histopathologisch onderzoek (microsopie). Dit is het laboratorium onderzoek van het borst en tumorweefsel nadat dit is verwijderd. Dit gebeurt door middel van een biopsie. Het weefsel wordt onder de microscoop onderzocht door de patholoog. De diagnose borstkanker kan worden bevestigd en er kan meer bekend worden over de eigenschappen van de kanker. Een biopt wordt verkregen door de arts met een naald, vaak met behulp van echografie. Als de naald in de tumor is geplaatst wordt het weefsel verwijderd. Afhankelijk van het type naald wordt dit een ‘dunne naald aspiratie’ of een ‘dikke naaldbiopt’ genoemd. Een tweede histopathologisch wordt gedaan als de tumor en lymfklieren zijn verwijderd door middel van een operatie.

Welke informatie is nodig voor een optimale borstkanker behandeling?

Artsen zullen verschillende aspecten van zowel de patiënt als de borstkanker moeten overwegen om tot de beste borstkanker behandeling voor de individuele patiënt te komen.

Informatie over de patiënte

  • Medische voorgeschiedenis
  • Familieleden met kanker, met name borstkanker en eierstokkanker
  • Menopauze al gehad? In sommige gevallen moeten hiervoor hormoonspiegels in het bloed worden bepaald (Oestradiol en FSH).
  • Symptomen borstkanker?
  • Resultaten van lichamelijk onderzoek door de arts (inclusief borstonderzoek),
  • Algehele conditie
  • Resultaten van bloedonderzoek (witte/rode bloedcellen, bloedplaatjes, nier- en leverfunctie)

Kenmerken borstkanker

Stadiëring

Artsen gebruiken stadiëring om het risico van de ziekte en de prognose voor de patiënt te bepalen. Hiervoor wordt het TNM stadiërings systeem meestal gebruikt. De combinatie van de tumorgrootte (T) en ingroei in omliggend weefsel, betrokkenheid van de lymfklieren (N), en uitzaaiingen van de kanker (M) naar andere organen, delen de kanker in in één van de volgende stadia.

Het kankerstadium is van uiterst beland voor behandelkeuzes. Hoe minder vergevorderd het stadium, des te beter is de prognose. Stadiëring wordt meestal twee momenten gedaan: na klinisch en radiologisch onderzoek, en ook na de operatie. Als de operatie is uitgevoerd wordt het stadium ook bepaald door de uitkomsten van het histopathologisch onderzoek van de tumor en de lymfklieren.

Aanvullende radiologische onderzoeken zoals een longfoto, echografie of CT-scan van de buik en een botscan kan worden uitgevoerd om te controleren of er geen borstkanker uitzaaiingen zijn naar de longen, lever en/of botten. Een CT/MRI-scan van de hersenen moet alleen worden gemaakt als symptomen zijn die wijzen op een uitzaaiing in de hersenen. Al deze onderzoeken worden meestal alleen aanbevolen voor patiënten in stadium 2 of hoger, of als een behandeling voorafgaand aan de operatie wordt overwogen. Daarentegen is er bij patiënten met een kleine tumor zonder verdachte lymfklieren (stadium 1) geen reden om al deze onderzoeken uit te voeren.

Onderstaand een overzicht van de verschillende stadia borstkanker:

Stadium 0: De abnormale cellen zijn nog beperkt tot de melkgang waar ze oorspronkelijk gevonden werden

Stadium 1: De tumor is kleiner dan 2 cm en slechts kleine groepjes kankercellen zouden gevonden kunnen worden in de lymfklieren.

Stadium 2: De tumor is kleiner dan 2 cm mét uitzaaiingen naar de lymfklieren in de oksel, of de tumor is tussen de 2 en 5 cm groot zónder uitzaaiingen naar de lymfklieren in de oksel.

Stadium 3: De tumor kan variëren in grootte maar:

  • Is doorgegroeid tot in de borstwand of de huid van de borst.
  • Is uitgezaaid naar ten minste 10 lymfklieren in de oksel of de lymfklieren zijn met elkaar verbonden of in andere structuren ingegroeid.
  • Is uitgezaaid naar de lymfklieren bij het borstbeen.
  • Is uitgezaaid naar de lymfklieren boven of onder het sleutelbeen.

Stadium 4: De borstkanker is uitgezaaid naar andere organen in het lichaam, meestal de botten, longen, lever of hersenen.  Deze uitzaaiingen worden metastases genoemd.

Resultaten van de biopsie

De uitkomst van het histopathologisch onderzoek van het tumorweefsel na biopsie bestaat uit:

  • Histopathologisch type

Het vaststellen van het type tumor is gebaseerd op het type cellen waar de tumor uit bestaat. Borstkanker ontstaat in borstweefsel, meestal de melkgangen en melkklieren. De belangrijkste type borstkanker zijn het ductaal (melkgang) carcinoom (tegenwoordig invasief carcinoom NST) en het lobulair (melkklier) carcinoom. Het onderzoek zal ook de tumor classificeren als invasief (met ingroei) of non-invasief (zonder ingroei). Non-invasieve tumoren worden ook wel  in situ  genoemd.

  • Tumorgraad

Het vaststellen van de tumorgraad is gebaseerd op de diversiteit van de tumorcellen, de architectuur van het weefsel en de hoeveelheid celdelingen van de tumorcellen. Een goed gedifferentieerde tumor (graad 1) heeft een lage diversiteit van cellen, bewaarde architectuur van het weefsel en weinig celdelingen. Een ongedifferentieerde tumor (graad 3) heeft veel diversiteit, verlies van architectuur en veel celdelingen. Een gemiddeld gedifferentieerde tumor (graad 2) zit hier tussen in. Hoe lager de tumorgraad, des te beter de prognose van de patiënt.

Als er systemische (chemo/hormoon) therapie is gepland voor de operatie, moet het biopsie verslag ook informatie bevatten over de hormoonreceptor- en HER2-status. Indien dit niet het geval is kunnen deze bepalingen ook op het weefsel van de operatie pas worden gedaan.

  • Hormoon (oestrogeen en progesteron) receptor status

Tumorcellen kunnen receptoren hebben voor oestrogeen en progesteron op het celoppervlak of in de cel. Sommige tumorcellen hebben veel van deze receptoren. Dit betekent dat hun groei en vermenigvuldiging worden gestimuleerd door hormonen (hormonale borstkanker). Tumoren met veel oestrogeen (ER+) en/of progesteron (PR+) receptoren hebben een betere prognose dan tumoren zonder deze receptoren (ER-/PR-).

  • HER2 status

HER2 is een eiwit op het oppervlakte van cellen dat in 20% van de borstkanker tumoren aanwezig is. Het eiwit is betrokken bij groei en migratie van cellen. De HER2 status van tumorweefsel kan worden geanalyseerd door verschillende laboratoriumtesten: immuunhistochemie (IHC), Fluorescentie in situ Hybridisatie (FISH) of Chromogene in situ Hybridisatie (CISH).

Voordat gerichte anti-HER2 therapie bestond hadden HER2 positieve tumoren een meer agressief gedrag dan andere tumoren en dus een slechtere prognose.

  • Multigene expressie profielen

Het kwantificeren van de expressie van vastgestelde sets van genen door de tumor kan worden gedaan op biopsie materiaal. Zulke onderzoeken worden niet routinematig gedaan, maar kunnen helpen om te voorspelen wat het risico op terugkeer van de ziekte is en wat het te verwachten voordeel is van chemotherapie voor een individuele patiënt.

  • Ki-67 labelling index

Ki-67 is een eiwit dat alleen gevonden wordt in celkernen wanneer zij zich delen, maar niet als ze in rust zijn. Het percentage cellen waarin Ki-67 wordt gevonden is een maat voor de proliferatie (delingsactiviteit) van de tumor. Tumoren met een hoge delingsactiviteit groeien sneller en hebben een slechtere prognose dan langzaam groeiende tumoren. Maar tegelijkertijd reageren snel groeiende tumoren beter op chemotherapie.

Een ander zeer belangrijk onderdeel van het histopathologisch onderzoek (microscopie) na de operatie is het beoordelen of de tumor volledig is verwijderd. Dit wordt gedaan door te onderzoeken of de microscopische randen van de tumor volledig worden omgeven door gezond weefsel in het preparaat dat verwijderd is. Dit wordt gerapporteerd als negatieve snijranden (waarschijnlijk is de gehele tumor verwijderd) of positieve snijranden (waarschijnlijk is de tumor niet volledig verwijderd) van het operatiepreparaat.

Intrinsieke soorten borstkanker (subtypes)

Gebaseerd op de hormoonreceptor-, HER2- en Ki-67-status wordt borstkanker ingedeeld in de onderstaande 5 soorten borstkanker. Dit is belangrijk om te weten te komen welke type borstkanker behandeling waarschijnlijk effectief is.

Borstkanker subtype Hormoonreceptor status HER2 status Ki-67 status
Luminal A ER+ en/of PR+ HER2 negatief Laag (<14%)
Luminal B Her2 negatief ER+ en/of PR+ HER2 negatief Hoog
Luminal B Her2 positief ER+ en/of PR+ HER2 positief alle
HER2 positief non-luminal ER- en PR- HER2 positief alle
Triple negatief ER- en PR- HER2 negatief alle

 

Wat zijn de behandelopties?

Help ons en deel deze informatie met anderen.

Het plannen van de borstkanker behandeling wordt gedaan door een team van verschillende medische disciplines tijdens een wekelijkse meeting, genaamd multidisciplinair overleg (MDO). In deze meeting wordt op basis van alle relevante informatie zoals hierboven beschreven de beste behandeling voor de individuele patiënt vastgesteld.

De borstkanker behandeling is meestal een combinatie van methodes die:

  • De kanker lokaal bestrijden, zoals chirurgie en radiotherapie (bestraling).
  • De kankercellen in het hele lichaam bestrijden met systemische therapie zoals, chemotherapie, hormoontherapie en/of anti-HER2 therapie.

De uitgebreidheid van de behandeling hangt af van de karakteristieken van de patiënt en de tumor.

Onderstaande behandelingen hebben allen hun voor en nadelen, risico’s en contra-indicaties. Het is aan te raden om uw oncoloog en/of chirurg te vragen wat de verwachte voordelen en risico’s zijn van alle behandelingen, om zo goed geïnformeerd te zijn over de gevolgen van de behandeling. Soms zijn meerdere opties mogelijk en moet de keuze worden gemaakt na een afweging tussen voordelen en risico’s.

Behandeling van non-invasieve borstkanker (stadium 0)

Een non-invasieve borstkanker is niet doorgegroeid buiten de melkgangen (ductaal carcinoom in situ (DCIS)). Soms wordt dit een voorstadium borstkanker genoemd. Behandelopties bestaan uit de volgende twee lokale therapieën.

  • Alleen de tumor, of slechts een deel van de borst wordt met een operatie verwijderd. Dit wordt borstsparende chirurgie genoemd. Dit wordt vrijwel altijd gevolgd door bestraling van de gehele borst. In sommige patiënten met een laag risico op terugkeer van de tumor in dezelfde borst (lokaal recidief) kan worden volstaan met een gedeeltelijke bestraling. Hier zijn verschillende technieken voor beschikbaar (brachytherapie (zoals bijvoorbeeld Permanent Breast Seed Implant (PBSI), intra-operatieve radiotherapie of gedeeltelijke uitwendige bestraling) en hier wordt veel borstkankeronderzoek naar gedaan. Ook wordt er borstkankeronderzoek gedaan naar het achterwege laten van de bestraling bij bepaalde groepen met een zeer laag risico op een lokaal recidief. Daarentegen kan juist een aanvullende bestraling (wordt boost genoemd) van het gebied waar de tumor verwijderd is worden overwogen bij patiënten met een hoog risico op een lokaal recidief, bijvoorbeeld bij heel jonge vrouwen.
  • De gehele borst wordt verwijderd door middel van een mastectomie (borstamputatie), met uitzondering van de huid en borstspier. Aanvullende bestraling is dan in het geval van non-invasieve borstkanker niet nodig.

Als de tumor oestrogeen receptor positief is (ER+), kan aanvullende hormoonbehandeling met worden overwogen. Deze middelen gaan het stimulerende effect van oestrogenen op groei van de borstkanker tegen en verlagen daardoor het risico op terugkeer van de borstkanker in dezelfde, maar ook in de andere borst.

Lobulaire neoplasie, wat voorheen lobulair carcinoom in situ (LCIS) werd genoemd, wordt nu beschouwd als een risicofactor voor het ontwikkelen van borstkanker. Daarom is het nodig om met uw dokter een manier te zoeken om zorgvuldig onder controle te blijven.

Behandeling voor invasieve borstkanker (stadium 1-3)

Een invasieve kanker is doorgegroeid buiten de melkgang (ductaal carcinoom) of de melkklier (lobulair carcinoom). De behandeling bestrijdt zowel de lokale tumor als eventuele verspreide tumorcellen in de rest van het lichaam.

In de meeste gevallen bestaat de behandeling uit chirurgie, radiotherapie en systemische therapie. De systemische therapie behandelt tumorcellen die door het lichaam verspreidt zijn met behulp van chemotherapie, hormoontherapie en/of anti-HER2 therapie.

Voor tumoren die groter dan 2 cm zijn is het soms wenselijk om te starten met systemische therapie om zodoende de tumor te laten slinken. Dit maakt in sommige gevallen dan een borstsparende operatie haalbaar. Chemotherapie voorafgaand aan de operatie is gangbaar bij stadium 3a en 3b patiënten. Dit noem je neo-adjuvante chemotherapie. Daarnaast kan een anti-HER2 middel worden toegevoegd in HER2-positieve tumoren.

Chirurgie

De operatie wordt uitgevoerd onder algehele narcose. De chirurg verwijderd de tumor en enkele lymfklieren, meestal tijdens de zelfde ingreep, op één van de volgende 2 manieren.

  • Alleen de tumor, of slechts een deel van de borst wordt met een operatie verwijderd. Dit wordt borstsparende chirurgie genoemd, of lumpectomie. Indien de tumor niet goed te voelen is wordt er gebruik gemaakt van een hulpmiddel om de tumor te vinden. Standaard is het gebruik van een door de radioloog geplaatste metalen draad. Nieuwe technieken zijn het gebruik van een radioactief lokalisatie zaadje of magnetische navigatie (MaMaLoc). Na het verwijderen van het weefsel wordt de operatieholte gemarkeerd met clips. Dit helpt de radiotherapeut later bij het richten van de bestraling. Onderzoek is gaande om een alternatief hiervoor te onderzoeken, waarbij een oplosbare gel wordt gebruikt (Target Studie).
  • De gehele borst wordt verwijderd door middel van een mastectomie (borstamputatie), met uitzondering van de huid en borstspier.

De keuze tussen een borstsparende operatie of een borstamputatie hangt af van de tumorkenmerken, de grootte van de borst en de voorkeur van de patiënt. Bij sommige patiënten is een borstamputatie noodzakelijk ivm de grootte van de tumor, meerdere tumoren in één borst of andere redenen. Tegenwoordig wordt in West Europa ongeveer 2 op de 3 patiënten borstsparend geopereerd.

Voor sommige patiënten wordt vóór de operatie (neo-adjuvant) een aanvullende behandeling gegeven om de tumor te laten slinken en daardoor een borstsparende ingreep haalbaar te maken. Het effect van deze behandeling wordt gecontroleerd met een MRI-scan. In sommige gevallen is alsnog een borstamputatie noodzakelijk om de beste kans op genezing te verkrijgen.

In het geval van een borstamputatie kan een borstreconstructie worden overwogen. Zo’n reconstructie kan tijdens dezelfde operatie worden uitgevoerd of op een later moment. Tijdens een borstreconstructie maakt een plastisch chirurg gebruik van lichaamseigen weefsel, zoals de buik of rugspier. Ook kan er gebruik gemaakt worden van protheses. Het is niet zo dat de controle op terugkeer van de kanker van de behandelde borst hierdoor onmogelijk wordt gemaakt. Wel is het belangrijk om in te schatten of er na de operatie nog bestraling moet worden ondergaan. Dit verhoogd namelijk het risico op complicaties van de borstreconstructie.

Één of meerdere lymfklieren uit de oksel zullen worden verwijderd.

Dit is erg belangrijk om te weten te komen of de borstkanker is uitgezaaid naar de lymfklieren. Twee soorten operaties van de  lymfklieren zijn mogelijk:

  • Na de injectie van een marker in de borst zal deze via de lymfebanen naar de afvoerende lymfklier worden vervoerd. Deze schildwachtklier kan vervolgens met behulp van een probe worden gelokaliseerd en chirurgisch worden verwijderd. Als extra hulpmiddel wordt vaak ook een blauwe inkt hiervoor gebruikt.
  • De chirurg verwijderd alle lymfklieren in de oksel.

Het verwijderde weefsel wordt vervolgens onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Als deze gevonden worden wordt alsnog een okselkliertoilet uitgevoerd, of volgt er aanvullende bestraling van de oksel.

Een schildwachtklierprocedure veroorzaakt minder zwelling van de arm (lymfoedeem) dan een okselkliertoilet. Een schildwachtklierprocedure wordt aanbevolen bij stadium 1 en 2 borstkanker patiënten, tenzij er reeds voor de operatie is aangetoond dat er borstkanker uitzaaiingen in de lymfklieren zijn.

Histopathologisch onderzoek van de verwijderde tumor en lymfklieren

Het verwijderde weefsel wordt op de afdeling pathologie onderzocht om:

  • De bevindingen van de biopsie te bevestigen met betrekking tot histologisch type, tumorgraad, hormoonreceptor status, HER2 status en eventueel multigene expressie profiel.
  • Tumorgrootte te meten en ingroei in omliggende structuren te beoordelen
  • Te beoordelen of er ingroei in lymfe of bloedvaten is, wat het waarschijnlijker maakt dat de tumor is uitgezaaid buiten de borst.
  • Te beoordelen of de tumor volledig verwijderd is en de snijranden vrij van tumorweefsel zijn.
  • Te beoordelen of er zich kankercellen in de lymfklieren bevinden en het aantal lymfklieren dat betrokken is te tellen.

Tweede operatie

Sommige patiënten moeten een tweede operatie ondergaan. De belangrijkste redenen zijn:

  • De tumor is niet volledig verwijderd. Het achtergebleven tumorweefsel wordt tijdens een tweede operatie verwijderd
  • De kanker is uitgezaaid naar 3 of meer lymfklieren. Dan wordt meestal een okselkliertoilet uitgevoerd. Bij tumoren kleiner dan 5 cm en slechts 1 of 2 positieve lymfklieren is dit wellicht niet nodig.

Adjuvante therapie

Adjuvante therapie wordt gegeven als aanvulling op de operatie. Bij patiënten met stadium 1 of 2 borstkanker zijn mogelijke aanvullende behandelingen radiotherapie, chemotherapie, hormoontherapie en gerichte therapieën. Bij deze patiënten is radiotherapie een lokale behandeling terwijl de overige behandelingen eventueel verspreide kankercellen in de rest van het lichaam bestrijden (systeemtherapie).

Radiotherapie

Radiotherapie is het gebruik maken van straling om kankercellen te doden. In het algemeen kunnen kankercellen minder goed herstellen van stralingsschade dan normale cellen.

Radiotherapie is aanbevolen voor vrijwel alle invasieve borstkankers. Een beperkt aantal patiënten zou mogelijk geen voordeel hebben van radiotherapie, en zou achterwege gelaten kunnen worden. Dit gaat om oudere patiënten (boven de 70 jaar) met een tumor kleiner dan 2 cm die hormoongevoelig (hormonale borstkanker) is. Daarnaast moet de tumor dan wel volledig verwijderd zijn.

Na borstsparende chirurgie wordt radiotherapie sterk aanbevolen voor alle patiënten: In de meeste gevallen betreft dit bestraling van de gehele borst. De bestralingsdosis die wordt gegeven is tussen de 45 en 50 Gray (Gy). Een Gray is een eenheid voor stralingsdosis. De totale dosis wordt verdeeld in fracties. Iedere dag wordt een fractie in één behandelsessie gegeven. Een standaard behandeling bestaat uit 16-23 fracties die dan over een periode van ongeveer een maand dagelijks worden gegeven. Bij een boost bestraling wordt 10 tot 16 Gy extra dosis gegeven op het tumorgebied verdeeld over 5-8 fracties. Het doel van het opdelen in fracties is het verminderen van bijwerkingen van het gezonde weefsel en verhogen van de effectiviteit.

In sommige patiënten met een laag risico op terugkeer van de tumor in dezelfde borst (lokaal recidief) kan worden volstaan met een gedeeltelijke of partiële bestraling. Hier zijn verschillende technieken voor beschikbaar (brachytherapie (bijvoorbeeld PBSI), intra-operatieve radiotherapie of gedeeltelijke uitwendige bestraling) en wordt veel onderzoek naar gedaan. Momenteel komen vrouwen van 50 jaar of ouder met een tumor kleiner dan 3 cm die volledig verwijderd is en zonder uitzaaiingen in de lymfklieren voor deze technieken in aanmerking. Daarnaast zijn er een aantal specifieke tumoreigenschappen die moeten worden gecontroleerd. Voordeel van deze behandelingen is dat er over het algemeen minder gezond weefsel en andere organen worden mee bestraald. Daarnaast is het vaak mogelijk de behandelduur drastisch te verkorten.

Systemische therapie

Het doel van systemische therapie is om kankercellen te bestrijden die zich al verspreidt hebben naar andere delen van het lichaam.

De tumorkarakteristieken zoals eerder beschreven zijn essentieel om te bepalen welke behandeling oor de individuele patiënt de beste is.  Hieronder een beschrijving van de mogelijke systeemtherapieën.

 

Chemotherapie

Chemotherapie bij vroeg-stadium borstkanker patiënten bestaat uit een combinatie van twee of drie anti-kankermiddelen, die volgens een precies protocol worden gegeven. Vaak bestaat de behandeling uit 4 tot 8 kuren van 2 tot 4 weken. Tussen de kuren is er altijd een herstelfase.

De ideale combinatie van chemotherapie middelen is nog niet bekend, er wordt hier veel onderzoek naar gedaan. Wel is het aanbevolen om ten minste een anthracycline te gebruiken. Controle van de hartfunctie is dan wel van belang. Andere combinaties van middelen zijn echter ook effectief gebleken.

Hormoontherapie

Deze therapie bestaat uit één of meerdere van de volgende behandelingen:

  • Een medicijn van het type anti-oestrogeen. Dit type middelen gaat het stimulerende effect van oestrogenen op groei van de borstkanker tegen en is werkzaam in zowel pre- als postmenopauzale vrouwen.
  • Een medicijn van het type aromatase-remmer dat de productie van oestrogenen in post-menopauzale vrouwen remt.
  • Een medicijn van het type gonadotropine releasing hormone (GnRH) anologen dat de oestrogeenspiegel van premenopauzale vrouwen verlaagd.
  • Ovariectomie- chirurgische verwijdering van de eierstokken in premenopauzale vrouwen.

Hormoontherapie wordt alleen gegeven bij hormonale borstkanker (ER+/PR+) en de keuze hangt af van de menopauzale status van de patiënt.

Voor premenopauzale vrouwen is anti-oestrogene medicatie alleen voor 5 jaar de standaard behandeling al of niet gecombineerd met een ovariectomie beiderzijds of een GnRH analoog.  Anti-oestrogene medicatie moet niet gelijktijdig met chemotherapie worden gebruikt. Voor postmenopauzale vrouwen heeft een aromatase remmer voor 5 jaar de voorkeur bij een hoog-risico. Of een combinatie van 2,5 jaar  anti-oestrogene medicatie gevolgd door 2,5 jaar aromatase remmer. Aromatase remmers verhogen het risico op osteoporose. Daarom moeten patiënten extra calcium en vitamine D innemen.  Anti-oestrogene medicatie geeft een licht verhoogd risico op trombose en moet worden gestopt rondom een operatie. Daarnaast verdubbelt het het risico op baarmoederkanker.

Anti-HER2 therapie

Anti-HER2 therapie is effectief bij patiënten met een HER2-positieve tumor, indien gecombineerd met chemotherapie. Het is niet duidelijk of het zonder chemotherapie ook een positief effect heeft. De standaard behandeling bestaat momenteel uit 1 jaar. Ook bij dit middel is het belangrijk om de hartfunctie van patiënten goed te controleren.

Behandelplan voor uitgezaaide borstkanker (stadium 4)

Borstkanker zaait meestal uit naar de botten, lever, longen en de hersenen. Omdat de borstkanker zich bij deze patiënten heeft verspreid door het lichaam is systeemtherapie de basis van de behandeling. Ongeveer 5% van de patiënten met borstkanker hebben uitzaaiingen op het moment van diagnose.

Voor de behandeling van patiënten met uitgezaaide borstkanker:

  • Is het belangrijkste doel het verbeteren van kwaliteit van leven. Passende psychologische, sociale en ondersteunende zorg moet worden geleverd
  • Realistische doelen moeten worden gesteld en besproken worden met de patiënt en familie. Ook praktische aspecten moeten met de patiënt worden overwogen, zoals bijvoorbeeld medicatie in tabletvorm of per infuus.

In veel ziekenhuizen zijn gespecialiseerde oncologie of mammacare- verpleegkundigen beschikbaar om de benodigde zorg te leveren.

Chirurgie en radiotherapie

Sommige patiënten met borstkanker uitzaaiingen kunnen voordeel hebben van een operatie en/of bestraling, om zodoende lokale klachten van de tumor te bestrijden.

Systeemtherapie

Het doel van deze behandeling is om gelijktijdig kankercellen die uitgezaaid naar verschillende organen te bestrijden. De behandelopties zijn hetzelfde als bij patiënten zonder uitzaaiingen, met een aantal extra gerichte medicijnen.

Hormoontherapie

Hormoontherapie wordt gegeven bij patiënten met hormoongevoelige tumoren (hormonale borstkanker).

Voor de menopauze wordt anti-oestrogene medicatie in combinatie met een GnRH analoog of ovariectomie gegeven. Tenzij patiënt eerder is behandeld met anti-oestrogene medicatie, dan wordt een in plaats hiervan een aromataseremmer gegeven.

Na de menopauze wordt juist een aromataseremmer gegeven. Tenzij een patiënt deze middelen eerder heeft gehad, dan wordt als alternatief bijvoorbeeld bijvoorbeeld anti-oestrogene medicatie gegeven.

Anti-HER2 therapie

Deze middelen moeten gegeven worden aan alle patiënten met HER2-positieve tumoren, tenzij het middel al eerder gebruikt is of er contra-indicaties zijn (e.g. hartfalen).

Chemotherapie

Chemotherapie moet worden aangeboden aan patiënten met:

  • Snelgroeiende tumoren die vitale organen aantasten, waarbij een snel effect bereikt dient te worden.
  • Hormoon-ongevoelige én HER2-negatieve tumoren (triple-negatief).
  • Hormoon-gevoelige tumoren die niet op hormoontherapie reageren of waarbij hormoontherapie gestaakt is.

Andere biologische behandelingen

Er is medicatie beschikbaar waarvan gedacht wordt dat het nieuwvorming van bloedvaten rondom de tumor remt. In Europa is dit beschikbaar bij patiënten met uitgezaaide borstkanker in combinatie met chemotherapie.

Klinische studies

Er worden vaak klinische studies met nieuwe medicatie aangeboden aan patiënten met uitzaaiingen. Deelname in deze studies is belangrijk omdat dit de enige manier is om vooruitgang te boeken bij deze patiënten waarbij genezing zeer zeldzaam is.

Wat zijn de mogelijke bijwerkingen van de behandeling?

Risico’s en bijwerkingen van chirurgie

Zoals bij iedere operatie (onder algehele narcose) lopen borstkanker patiënten ook risico op complicaties. Deze risico’s zijn bijvoorbeeld: trombose, hart of longproblemen, bloeding, infectie of reactie op de narcose. Wondinfecties komen ongeveer in 10% van de operaties voor. De overige complicaties zijn zeldzaam. Pijn na de operatie komt veel voor, daarom is het gebruik van pijnstillers aanbevolen. Daarnaast kan er stijfheid van met na de schouder optreden, die door snelle mobilisatie moet worden voorkomen, danwel verholpen.

Als de lymfklieren zijn verwijderd kan lymfoedeem van de arm ontstaan. Ook hiervoor zijn gerichte behandelingen beschikbaar.

Bijwerkingen van de radiotherapie

Bestraling van de borst is een lokale behandeling. Bijwerkingen zullen dan ook met name optreden in de borst zelf. De belangrijkste bijwerking is huidschade. In de acute fase (enkele weken) gaat dit om roodheid, jeuk, pijn en/of vervelling van de huid. In de meeste gevallen herstelt de huid zich volledig, maar bij ongeveer 30% van de patiënten is er sprake van blijvende lange termijn effecten, zoals verkleuring, littekens of ontsierende bloedvaatjes onder de huid (teleangiectasiëen).

De bestraling zelf kan ook kanker veroorzaken in de borst of in andere organen. Deze kans is echter zeer klein en de voordelen van bestraling wegen op tegen dit nadeel. Wel richten nieuwe vormen van bestralen, zoals gedeeltelijke bestraling, zich op het verminderen van bijwerkingen én het verminderen van het risico op het ontstaan van nieuwe tumoren.

Bijwerkingen van chemotherapie

Bijwerkingen komen veel voor tijdens chemotherapie. De ernst van de bijwerkingen hangt af van de type chemotherapie en de toegediende dosis. De meest voorkomende bijwerkingen zijn haaruitval en een verlaging van het aantal bloedcellen. Hierdoor kunnen bloedarmoede, bloedingen en een verminderd afweer ontstaan.

Andere veel voorkomende bijwerkingen zijn:

  • Allergische reacties
  • Zenuwproblemen zoals tintelingen en gevoelloosheid in handen en voeten
  • Verminderde visus/gehoor
  • Lage bloeddruk en hartslag
  • Misselijkheid, braken diarree
  • Slijmvliesontstekingen
  • Verminderde smaak en eetlust
  • Uitdroging
  • Veranderingen van nagels en huid
  • Spier en gewrichtspijn

Bijwerkingen van hormoontherapie

Bijwerkingen van hormoontherapie komen veel voor. Anti-oestrogene medicatie geeft over het algemeen meer bijwerkingen dan de aromatase remmers. Pre-menopauzale vrouwen krijgen overgangsklachten zoals, flushes, zweten, stemmingswisselingen en verminderde libido. En natuurlijk stopt de menstruatie.

Bijwerkingen van gerichte biologische therapie

Hiervoor verwijzen wij u naar de desbetreffende bijsluiter van ieder specifiek middel.

 

Wat gebeurt er na het afronden van de behandeling?

Follow-up

Na het afronden van de behandeling zullen uw artsen een controle schema voorstellen om:

  • Een eventuele terugkeer van de ziekte zo snel mogelijk op te sporen
  • Een eventuele kanker in de andere borst op te sporen
  • Bijwerkingen of klachten van de vorige behandeling evalueren
  • Psychologische ondersteuning en informatievoorziening om weer naar het normale leven terug te keren. Patiënten kunnen ook steun hebben aan elkaar en ervaringen delen. Hierbij speelt de borstkankervereniging Nederland (BVN) een grote rol.

Controle bezoeken bij uw oncoloog/chirurg moeten bestaan uit:

  • Anamnese en lichamelijk onderzoek (inclusief borstonderzoek)
  • Jaarlijkse mammografie of MRI

Wat als de borstkanker terugkeert?

Als de kanker terugkeert, noem je dit een recidief. De behandeling hangt af van de uitgebreidheid van het recidief. In het algemeen komt het in 30% voor van de patiënten waarbij in eerste instantie de lymfklieren onaangedaan waren en in 70% van de patiënten waarbij de lymfklieren al betrokken waren bij de eerste diagnose. Specifieke kans op terugkeer van de ziekte en overlevingskansen, per stadium, vindt u in de onderstaande tabel/grafiek (overlevingskans borstkanker).

De behandeling bestaat opnieuw uit het chirurgisch verwijderen van de tumor. Het wordt afgeraden om de borst opnieuw te bestralen, omdat het risico op hart- en longschade te groot is. Daarom is meestal nodig om een borstamputatie uit te voeren.

Indien een operatie niet mogelijk is systemische therapie de eerste keus behandeling. Mogelijk wordt de tumor kleiner en is een operatie alsnog mogelijk. Een tweede optie is bestraling van de borstwand en oksel.

Als de borstkanker uitgezaaid terugkeert dan moet behandeling volgen zoals eerder beschreven onder de kop “Behandelplan voor uitgezaaide borstkanker (stadium 4)”.

Veelvoorkomende misvattingen over borstkanker behandeling.

  • Borstkanker ontstaat niet in dagen of weken. Er is altijd tijd om een goede afweging te maken van de behandelopties en/of een second opinion te vragen.
  • Het multidisciplinair overleg voor start van de behandeling is van grote waarde en moet niet ondergewaardeerd worden.
  • Het belang van een uitgebreide en zorgvuldige pathologische beoordeling van de tumor wordt vaak onderschat. Het is bepalend voor de behandelstrategie.
  • Toegang tot nieuwe medicijnen of behandelingen binnen goed opgezette en goed uitgevoerde klinische studies is van grote waarde. Patiënten moeten geïnformeerd worden over de mogelijke deelname aan
  • Zwangerschap na borstkankerbehandeling is mogelijk, met name als de eierstokken niet beschadigd zijn door bepaalde chemotherapie. Dit moet van te voren met vrouwen worden besproken, en zo nodig moet de patiënt worden verwezen naar een gynaecoloog. Zowel zwangerschap als borstvoeding verhoogd de kans op terugkeer van de ziekte niet.

Voor het opstellen van deze informatie werd ook gebruik gemaakt van informatie uit de gids voor patiënten van de ESMO en het Antikankerfonds (http://www.esmo.org/Patients/Patient-Guides)

Help ons en deel deze informatie met anderen.

Bent u geïnteresseerd in de mogelijkheden om deze projecten financieel of materieel te ondersteunen? Neem dan contact met ons op of doneer direct via de knop hieronder (iDEAL/Paypal).

Doneer