Op basis van de volgende drie onderzoeken wordt de diagnose borstkanker gesteld:
Artsen gebruiken stadiëring om het risico van de ziekte en de prognose voor de patiënt te bepalen. Hiervoor wordt het TNM stadiërings systeem gebruikt. De combinatie van de tumorgrootte (T) en ingroei in omliggend weefsel, betrokkenheid van de lymfklieren (N), en uitzaaiingen van de kanker (M) naar andere organen, delen de kanker in in één van de volgende stadia. Het kankerstadium is van uiterst belang voor de behandelkeuze. Hoe minder vergevorderd het stadium, des te beter is de prognose.
De verschillende stadia van borstkanker:
Stadium 0: De abnormale cellen zijn nog beperkt tot de melkgang waar zij oorspronkelijk gevonden werden
Stadium 1: De tumor is kleiner dan 2 cm en slechts kleine groepjes kankercellen zouden gevonden kunnen worden in de lymfklieren.
Stadium 2: De tumor is kleiner dan 2 cm mét uitzaaiingen naar de lymfklieren in de oksel, of de tumor is tussen de 2 en 5 cm groot zónder uitzaaiingen naar de lymfklieren in de oksel.
Stadium 3: De tumor kan variëren in grootte maar:
Stadium 4: De borstkanker is uitgezaaid naar andere organen in het lichaam, meestal de botten, longen, lever of hersenen. Deze uitzaaiingen worden metastases genoemd.
De uitkomst van het histopathologisch onderzoek van het tumorweefsel na biopsie bestaat uit:
Een ander zeer belangrijk onderdeel van het histopathologisch onderzoek (microscopie) na de operatie is het beoordelen of de tumor volledig is verwijderd. Dit wordt gedaan door te onderzoeken of de microscopische randen van de tumor volledig worden omgeven door gezond weefsel in het preparaat dat verwijderd is. Dit wordt gerapporteerd als negatieve snijranden (waarschijnlijk is de gehele tumor verwijderd) of positieve snijranden (waarschijnlijk is de tumor niet volledig verwijderd) van het operatiepreparaat.
| Borstkanker subtype | Hormoonreceptor status | HER2 status | Ki-67 status |
| Luminal A | ER+ en/of PR+ | HER2 negatief | Laag (<14%) |
| Luminal B Her2 negatief | ER+ en/of PR+ | HER2 negatief | Hoog |
| Luminal B Her2 positief | ER+ en/of PR+ | HER2 positief | alle |
| HER2 positief non-luminal | ER- en PR- | HER2 positief | alle |
| Triple negatief | ER- en PR- | HER2 negatief | alle |
